Gisteren werd bij Bibnet in beperkte groep gereflecteerd over het opstarten van een kennisplatform voor bibliotheekmedewerkers. Bedoeling van het platform is om de (nieuwe en doorgewinterde) bibliotheek 2.0 adepten een instrument aan te bieden voor kennisdeling. De tool moet kansen bieden voor discussie, uitwisselen van ervaringen, stellen van voorbeelden en ander lekkers dat ons doet watertanden.
Voorwaar een lovenswaardig initiatief al maak ik toch ernstig voorbehoud. En dan niet bij de technische realisatie van het product, maar wel bij de levensvatbaarheid. De voorbije jaren heb ik mogen kennis maken met prijzenswaardige inspanningen om het bibliotheekveld via digitale weg te betrekken bij nieuwe ontwikkelingen, plannen en processen. En dit op regionaal, provinciaal en lokaal niveau. En telkens moet na verloop van tijd worden vastgesteld dat bibliotheekmedewerkers (ongeacht rang of stand) hun spreekwoordelijke bek niet durven opentrekken. Discussiegroepen, fora en overlegplatformen worden steeds bevolkt door dezelfde beperkte schare van al-dan-niet verlichte geesten die bereid worden gevonden om hun hart te luchten, hun gal te spuwen of hun kritisch oordeel te vellen. En na elke nieuwe ronde van voorlichting, instructie of presentatie flakkert de hoop op nieuw bloed te mogen begroeten. Maar telkens blijkt dit ijdele hoop.
De bibliotheekwereld is en blijft met stomheid geslagen. Het opstarten van het kennisplatform gaat hieraan niets veranderen. We hebben dringend nood aan een mentaliteitswijziging zodat medewerkers binnen en buiten de eigen organisatie durven uitkomen voor hun mening of visie. Zolang Locus niet op deze spijker gaat kloppen blijven initiatieven als het kennisplatform doodgeboren of vegeterende schepsels.
Ik hoor de reactie van collega’s al op deze verzuchting. Daar hebben wij geen tijd voor! De agenda’s zijn al overladen en de werkuren dik gevuld. Maar waarmee? Misschien toch nog eens nadenken over het froebelwerk?
Wat verder nog zo’n bewering. “De algemene verwachting is dat het aantal leners en het actieve gebruik van de bibliotheek in de toekomst onvermijdelijk zullen dalen”. Leners? Mijn bibliotheekwerking draait toch niet alleen om leners. Ik heb heel wat regelmatige gebruikers/bezoekers die nooit iets ontlenen maar die wel intensief gebruik maken van de diensten die wij verlenen. Ja, ook de kopers van lampolie zijn zo goed als verdwenen maar die winkel die vroeger olielampen verkocht is nu misschien een bloeiende elektrozaak. En onvermijdelijk? Mag ik de auteur dezer uitspraak aanraden om een glazen bol aan te schaffen en zich te verzekeren van een standplaats als waarzegger(ster). Met een dergelijk geloof in de eigen onfeilbare voorspellingen wacht een glorierijke toekomst. Oh ja, even vergeten dat ook de kermissen een onvermijdelijk verdwijnen is voorspeld.
